Raku, naked raku en obvara

Altijd verrassende effecten.

Raku

Deze stookwijze omvat twee stappen. Het (tevoren op 950 °C biscuit-gestookte) werk wordt in een hout- of gasgestookte rakuoven snel verhit tot even boven 1000 °C. Het is (gedeeltelijk) bestreken met een speciale laagsmeltende rakuglazuur. Als het glazuur gesmolten en uitgevloeid is, heeft het werk de eindtemperatuur bereikt . De oven wordt geopend en met een lange tang nemen we het oranje hete werk uit de oven. We laten het met langzame zwaaibewegingen korte tijd aan de lucht afkoelen. Dat gaat snel, vooral voor dunner en lichter werk. Dik en zwaar werk koelt uiteraard langzamer af. Het glazuur stolt en craqueleert vervolgens, met andere woorden, er ontstaan talrijke fijne scheurtjes in de glazuurlaag. Tijdens deze fase hoor je het werk tinkelen. Voor de tweede stap gebruiken we een reductieton. Deze is gedeeltelijk met een licht brandbaar reductiemiddel (zaagsel, houtsnippers, papiersnippers, textielfragmenten, stro, plukken schapenwol, gedroogd onkruid en ander tuinafval) gevuld. We stoppen het nog hete werk met de gecraqueleerde glazuurlaag in deze ton. De vulling vliegt in brand. Als de vlammen zich goed ontwikkeld hebben, sluiten we de ton luchtdicht af. Na korte tijd is alle zuurstof verbruikt. De vulling brandt dan niet langer, maar smeult, onder zware rookontwikkeling. Die rook zien we niet, de ton is immers afgesloten. In de ton zijn de effecten van de rook echter dramatisch. Hij dringt door de scheurtjes in de glazuur tot diep in de klei door. Alle klei-oppervlakken die niet met glazuur bedekt zijn, worden eveneens diep zwart gekleurd door de rook, meerdere millimeters diep. Op dit meertraps-proces zijn vele variaties denkbaar. Rakuglazuren zijn in meerdere typen te verdelen. We kennen glans. zijdeglans en mat. We kennen transparant en dekkend. We kennen kleurloos en gekleurd. En we kennen een speciale categorie, die tijdens de reductie in de zaagselton (sterk) van karakter verandert. Dergelijke glazuren worden gebruikt om bijvoorbeeld koper-effecten te verkrijgen. Zonder reductie is een turquoise glazuur blauwgroen, met reductie roodkoper. Die effecten en zeker ook de onvoorspelbaarheid ervan, maken de uitkomst van een rakustook altijd weer een verrassing!

Naked Raku

Is pas einde jaren 1970 bij toeval ontdekt, en als variatie op "Raku" ontwikkeld in USA Het klei-oppervlakte wordt éérst langdurig gepolijst, in lederhard stadium tussen het (vooraf biscuit gebakken) werkstuk, en de glazuurlaag, wordt een scheidingslaag (slib) aangebracht, die verhindert dat de glazuur uitsmelt en vastbakt. Het stookproces is volledig identiek aan "Raku", op iets lagere temperatuur. Tijdens het rookproces dringt de rook, op die plaatsen waar het glazuur gebarsten is, diep door in de klei, en laat daar onregelmatige "barstjes" en rooksporen na. Na afkoeling wordt de glazuurlaag, en de resterende sliblaag, met water verwijderd, en komt het craquelé pas volop te voorschijn. Als het werkstuk volledig gereinigd en gedroogd wordt, brengt men een laagje bijenwas aan, waardoor een matte, zachtglanzende afwerking ontstaat. Bij 'Naked Raku" wordt het glazuur dus enkel als "hulpmiddel" gebruikt.

Obvara stoken

Afkomstig uit Slavische landen is de obvara-techniek (een soort meelsoep). Een bij 950 ºC gestookt biscuit werkstuk in grove klei wordt in een raku-oven opnieuw snel opgestookt tot 800 à 900, zelfs 1000 ºC. Het hete werk wordt snel uit de oven genomen en direct gedurende enkele seconden in een vat "meelpap" gedompeld, nadien in water. Dit dompelen kan naar wens meermalen herhaald worden. Er ontstaan prachtige en totaal onvoorspelbare decoratieve tekeningen en patronen op het werkstuk. Voor de meelpap hebben we allerlei recepten uitgetest. Erg mooie effecten vinden we bij een mengsel van tarwemeel met gist en wat suiker in water. Drie dagen laten gisten voor gebruik! Ook havermout geeft spectaculaire effecten. Er valt ook veel te spelen met de temperatuur van het werk. Hoog opstoken geeft diepe zwarting. Koel je niet (tijdig) af, dan brandt het meel weer helemaal weg. Je fixeert het zwart door het werk snel in water te dompelen. Minder heet werk geeft meer bruine tinten; daar is het fixeren minder belangrijk. Bovendien heb je in dat geval wat méér tijd. Je werkt puur intuïtief tijdens het dompelen - het is en blijft immers secondenwerk. Obvara gestookt in meel-gist-suiker. recept 1 kg bloem 1 à 2 pakjes gist 1 lepel suiker 10 l water