Potloden

Een goed potlood kiezen doe je niet zomaar. Je hebt grafietpotloden, krijtachtige potloden, houtskoolpotloden, pigmentpotloden. Verschillende merken, verschillende hardheden en zoveel kleuren dat je er van duizelt.

Potloden worden gemaakt uit de grondstof grafiet, een vorm van natuurlijke koolstof. Het werd in het Neolithicum gebruikt om keramiekverf te maken voor het decoreren van aardewerk. Rond 1500 werd in het Engelse graafschap Cumbria een enorme hoeveelheid grafiet gevonden, dat door de bevolking werd gebruikt voor het markeren van schapen. Gewikkeld in schapenhuid kon je met het massieve grafiet prachtige lijnen trekken. Omdat het materiaal zo kostbaar was, ontstond er een zwarte markt vanwaar het naar Europa werd gesmokkeld. Napoleon gaf zijn geleerden de opdracht om een alternatief te zoeken voor het grafiet uit Engeland. De Franse scheikundige N.J.C. Conté vond een manier om amorf grafiet te vermengen met klei en dit mengsel bij hoge temperatuur te bakken. Dit vormt de grondslag voor de huidige potloodfabricage. Het houten omhulsel wordt uit cederhout vervaardigd en bestaat uit 2 stukken met een groefje om de mine in te leggen.

De hardheid van een grafietpotlood

De zuiverheid van de grondstoffen en de baktemperatuur bepalen de hardheid en de breekbaarheid van potloden. Topmerken gebruiken de zuiverste grafiet en porseleinklei met het beste cederhout als bescherming. Goeie potloden zijn goed scherpbaar en egaal van hardheid en kleur met een juiste ijking van hardheid aanduiding. De hardheid van een grafietpotlood wordt aangeduid met een letter: H staat voor hard, B staat voor black of zacht. Grafiet is immers nooit volledig zwart. Maximaal wordt donker grijs bereikt. Een zacht grafietpotlood, bijvoorbeeld 9B, geeft onmiddellijk veel grafiet af en laat snel een donker grijze lijn achter. Een harder potlood geeft bij normale druk minder grafiet af en geeft daardoor een lichtere lijn. Men gebruikt als aanduiding niet BBBB, maar wel 4B. Sommige fabrikanten gebruiken ook de minder bekende hardheid aanduiding F (tussen HB en H ) en de aanduiding XBB (extra zacht).</p>\r\n\r\n<p>Je kan ook tekenen met een dikkere grafietstaaf, soms aangeduid met de naam “Cyclop”. Die staaf heeft een dun laagje kunststof, zodat je je handen niet vuil maakt. Met de punt van een grafietstaaf kan je fijn werken en snel grote oppervlaktes bewerken door het staafje vlakker te houden.

Houtskool

Houtskool is het medium bij uitstek om voorstudies te maken. Het kan immers makkelijk worden weggeveegd. Houtskool wordt gemaakt van verkoolde wilgentenen, wijnranken of andere twijgen. Bij het losse houtskool zie je de knoopjes van de tak nog zitten. Ook hier bepaalt de zuiverheid of het stuk houtskool overal even hard is. De ene productie kleurt soms iets grijzer dan de andere. Samengeperst houtskool (houtskool + bindmiddel) kan ook bijgekleurd worden met toevoeging van een pigment.

Gommen

De lijnen van een grafietpotlood zijn makkelijk te verwijderen met een vlakgum. Voor het verwijderen van pastel en krijt kan je gebruik maken van een doezelaar. Dit is een stuk opgerold karton waarmee de korreltjes worden verplaatst. Vroeger werd hiervoor een stuk opgerold zeemleder gebruikt. Je kan ook een kneedgom gebruiken. Een kneedgom neemt de korrel op en daarna kneed je het vuil naar binnen. Wanneer de kneedgom verzadigd, is laat hij strepen na, wat op zijn beurt weer een tekenmedium op zich is.

Pastelpotloden

Pastelpotloden zijn krijtachtige potloden waar pigment aan toegevoegd is. Een echt pastelpotlood is een potlood waarbij het pigment zwak gebonden is, niet zo homogeen als bij een kleurpotlood, zodat het een poeder achterlaat op het blad. De typische kleuren hierin zijn: zwart (of Pierre Noire), wit, sanguine en sepia. Alle kleuren en pasteltinten zijn ook te verkrijgen in dikkere krijtstaafjes zonder hout. (Conté is in dit gamma de bekendste fabrikant, maar ook andere merken maken deze potloden.)

Kleurpotloden

Samen met het dikkere pastelkrijt en aquarelkrijt zijn kleurpotloden zeer goed geschikt voor het fijnere tekenwerk. De kwaliteit van je pigment bepaalt de kwaliteit van je kleurpotlood en zorgt ervoor dat de kleurechtheid al dan niet hoog is. Er bestaan merken die series hebben bestaande uit 220 kleuren. De assortimentgrootte heeft uiteraard een invloed op de kostprijs. Alle pigmenten, dus ook de duurdere worden dan gebruikt, zoals cadmium rood. De betere merken (Faber-Castell bijvoorbeeld) gebruiken standvastige grondstoffen. Van deze kleurpotloden kan je zelfs na meer dan 35 jaar nog hetzelfde kleur bijkopen. Bij gewone schoolkwaliteit kleurpotloden gebruikt de fabrikant kleurstoffen of goedkoop pigment. Het normale kleurpotlood is oplosbaar met solventen, maar de meeste merken maken ook een uitvoering die water oplosbaar is. Doordat alle kleuren in de beide groepen voorkomen, zijn mooie mengtechnieken mogelijk.

Potloden genoeg dus, in alle kleuren en soorten. Samen met wat inspiratie zorgen ze voor schitterende tekeningen

Met dank aan Kunstwerk[t]